Rome – De zomer van 2026 legt een diepe kloof bloot: terwijl miljoenen Italianen naar de zee, de bergen of het buitenland vertrekken, blijft een groeiend deel van de bevolking gewoon thuis – niet uit vrije wil, maar bij gebrek aan geld. Volgens een onderzoek van het studiecentrum van Confcooperative zien ongeveer 8,9 miljoen mensen er deze augustus om economische redenen vanaf om op reis te gaan.
Als meest voorkomende reden noemt het onderzoek een gebrek aan financiële middelen; meer dan de helft van de betrokkenen geeft aan zich een vakantie simpelweg niet te kunnen veroorloven. Daarna volgen redenen die te maken hebben met het gezin en de gezondheid. Tegelijkertijd laat het onderzoek ook de andere kant van de medaille zien: ongeveer 17 miljoen Italianen gaan in augustus op vakantie en geven samen zo’n 18,5 miljard euro uit aan hun vakantie.
Een land dat verdeeld raakt
De voorzitter van de vereniging spreekt van een gepolariseerd land. Het toerisme bevestigt zijn centrale rol voor de Italiaanse economie, maar de cijfers laten twee realiteiten zien: een deel van de bevolking behoudt zijn bestedingsvermogen, terwijl een ander deel zelfs geen vakantie kan nemen. Deskundigen zien bovendien een trend naar kortere verblijven – wie op reis gaat, blijft vaak korter weg en let meer op de kosten.
Vooral de brandstofprijzen wegen zwaar door. Alleen al aan de pomp geven reizigers deze zomer naar schatting zo’n miljard euro meer uit dan in rustigere tijden – een extra kostenpost die veel gezinnen nog meer afremt. Stijgende prijzen voor accommodaties, restaurants en vrijetijdsactiviteiten doen de rest.
Voor de toeristische sector is dit een gemengd beeld. De bedrijven aan de kust en aan de meren mogen zich verheugen over volle huizen, maar de koopkracht van veel gasten neemt af. En achter de recordcijfers van het zomerseizoen schuilt de stille groep van mensen voor wie vakantie dit jaar een onbereikbare luxe is gebleven.




















